door jordi vd Oever.
Diep
in de nacht liep de bewaker (kees) naar de deur van de sint jan kerk,
hij deed de deur open en zocht het lichtknopje. Hij kon het knopje niet
vinden dus pakte hij zijn zaklamp. Hij scheen even rond en liep naar
zijn kantoor, toen ging hij in de stoel zitten en viel in slaap.
Toen
hij wakker werd zat hij nog steeds in zijn kantoor, hij liep nog een
rondje. Hij voelde dat iets hem begluurde. Hij keek om, er rende iets
kleins. Hij liep ernaartoe en scheen op het ding, er stond een beeldje
midden in het pad. Hij liep er naar toe, hij nam het beeldje mee naar
zijn kantoor. Kees keek op de computer en hij zocht het beeldje op. De
computer kon het beeldje niet vinden, hij vond het maar eng. Toen deed
hij zijn deur dicht met het beeldje binnen het kantoor. Hij draaide zich
om naar het biechthokje, toen hoorde hij iets in het kantoor. Hij keek
weer om en zocht het beeldje, maar die stond er niet meer. Hij riep in
de kerk om hulp. Help me! Help! Help! Hij zocht nog een keer naar het
beeldje, maar ook nu kon hij het beeldje niet vinden. Hij ging toch maar
zitten in zijn stoel en viel weer in slaap.
Hij
werd wakker in een grote stoel, hij kon zijn armen niet bewegen. Hij
was verlamd in zijn armen en benen. Toen hij naar rechts keek zat dat
beeldje er weer, maar nu bewoog het beeldje en praatte tegen Kees. Hij
zij hisjebager habbikget (dat betekent: ik ben de duivel in het duivels)
Klaas kon die taal niet verstaan want hij was geen duivel. Of ja dat
hoopte hij. Het duiveltje vloog omhoog het duiveltje moest lachen. Toen
kon Klaas weer bewegen, hij rende naar de deur. Hij probeerde de deur
open te maken, maar dat lukte niet. Hij voelde de grond schudden en viel
naar beneden. Het was een kelder of misschien wel een kerker. Hij zag
een klein vuurtje branden en liep er naar toe. Toen hij de fakkel vast
had liep hij naar iets wit op de grond. Het was een skelet maar met een
soort van hoorntjes, staart en vleugels. Klaas liet zijn fakkel vallen,
dus ging het vuur uit. In de verte zag hij iets lichts, hij rende er
naar toe. Toen hij bij het raam was riep hij: Bevrijd me! Niemand
hoorde hem want er was niemand op straat. Hij bedacht nu pas dat hij
een mobiel bij zich had. Hij belde de politie en vroeg om hulp. De
politie kwam zo snel mogelijk. Toen de politie er was haalde ze het raam
eruit. Hij was blij! Hij ging nooit meer de kerk in. De kerk stond er
nog eeuwen lang.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten