Kas: VV2A
Namen: Sander, Mike O., Robbie.
1. Wat kom je doen in de kerk?
Een kaarsje op steken / even kijken / bezichtiging / het trekt me aan.
2. Met welke gelegenheden kom je in de kerk?
Bij bruiloften of begravenissen / begravenissen / bezichtiging / zondagen / feestdagen.
3. Waarom kom je naar deze kerk?
Mooi groot en bekend / even kijken / bekende kerk is.
4. Wat betekend dit geloof voor u?
Niet zo veel meer / niet zo veel meer / niks meer.
5. Waarom kom je met deze gelegenheden naar de kerk?
Voor mensen die trouwen en rouwen is het geloof nog wel belangrijk / begravenissen.
Namen: Sander, Mike O., Robbie.
1. Wat kom je doen in de kerk?
Een kaarsje op steken / even kijken / bezichtiging / het trekt me aan.
2. Met welke gelegenheden kom je in de kerk?
Bij bruiloften of begravenissen / begravenissen / bezichtiging / zondagen / feestdagen.
3. Waarom kom je naar deze kerk?
Mooi groot en bekend / even kijken / bekende kerk is.
4. Wat betekend dit geloof voor u?
Niet zo veel meer / niet zo veel meer / niks meer.
5. Waarom kom je met deze gelegenheden naar de kerk?
Voor mensen die trouwen en rouwen is het geloof nog wel belangrijk / begravenissen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten